Social Networking websites
Er gaat een nieuwe golf van enthousiasme over het web. Nieuw - want de meesten weten nog wel dat de laatste golf van enthousiasme eindigde rond het jaar 2001 met het barsten van de internet-zeepbel. Hoewel - wat eigenlijk barstte blijkt wat minder verreikend dan men toen dacht. Want in zelfs in het diepste dal van de internet-depressie liet een willekeurig autorit van Amsterdam naar Rotterdam zien dat alle bedrijven langs die route inmiddels het internet hadden omarmd, én ermee adverteerden op levensgrote billboards. Maar ook al is het internet nooit weggeweest, in het huidige tijdsgewricht is het internet meer aanwezig dan ooit, en heeft dan ook op allerlei vlakken de status van mainstream communicatiemiddel.
 
Maar met die schaalvergroting van het internet veranderen ook de behoeften van de bezoekers en de gebruikers. En nemen de kansen toe van grote en kleine organisaties om hun boodschap kwijt te kunnen, of om een gemeenschap van gelijkgezinden op te bouwen. En dan rijst de vraag of het internet die we zo goed kennen (en al dan niet liefhebben) wel nog geschikt is om die taken te volbrengen. Wat zijn de wensen? Welke bewegingen zijn er nu gaande? Wat zijn de problemen? Waar liggen de kansen? Welke technieken worden er ontwikkeld, welke culturele verschijnselen zijn van belang? Waar staat het web in - laten we zeggen - 2011? En waar sta jij?
 
Dit is de eerste van drie stukken over de huidige hernieuwde enthousiasme over het web. Het gaat in op één van de veelgehoorde kreten van de laatste tijd, waarvan de anderen zijn: “Web 2.0”, die je al een tijdje hoort, en de allernieuwste: “Web 3.0”. Het is geschreven voor een publiek die, zelf web-ontwikkelaar of manager van internet-processen, niet meer geleerd hoeft te worden wat het web eigenlijk wel is, of niet is. Of wat het internet is, en niet is.